Ik ben zo jaloers!
Op àl die mensen die weten wat ze kunnen.
Mensen die studeren voor dokter, die worden later... dokter.
Mensen die studeren voor ingenieur, die worden uiteindelijk... ingenieur.
Mensen die studeren voor kinesist, die worden... kinesist!
Maar iemand zoals ik, die Taal- en Letterkunde studeert, en dan nog de meest onspecifieke richting Theater-, Film- en Literatuurwetenschappen, die wordt na een tijdje ... Theater-, Film- en Theaterwetenschapper. Maar
waddisdadeigelek?
Dokters krijgen de vraag wat voor dokter ze gaan worden (huisarts, kinderarts, plastisch chirurg, spoedarts,...).
Ingenieurs krijgen de vraag wat voor ingenieur ze gaan worden (iets met chemie, iets met energie, iets met falderalderie?).
TFL-studenten krijgen de vraag: 'Wat is dat?' en 'Wat kunt ge daar mee worden?'.
Allemaal goed en wel, maar ik weet dat eigenlijk ook niet. Want ik weet ook helemaal niet wat ik
wil gaan doen.
Alleszins wordt ik
geen leerkracht of film-/theatercriticus. Ik heb eigenlijk iets tegen critici. Het wordt vaak over ze gezegd, maar ik geloof wel dat er ergens een waarheid in zit: 't zijn mensen die vitten op iemand anders in een stiel die ze zelf niet beter zouden kunnen. Alé, bon, ik weet dat ik geen kritiek moet gaan geven op ne comedien want ik zou 't zelf niet beter doen (ook al vind ik mezelf van tijd tot tijd best wel hilarisch).
Anderen hun weg is al duidelijk uitgestippeld en ik sta hier ergens tussen bachelor en master (want ik ben weer zo'n student met een apart traject van likmevestje).
De geruchten gaan dat ik kan zingen. Sorry, maar ik ben geen nieuwe Selah Sue.
In de wandelgangen wordt gezegd dat ik kan gitaar spelen. Maar mijn akkoorden beperken zich tot die van
Phoebe uit
Friends (
Old lady, Bear Claw en Ice Berg).
Sommigen durven zelfs zeggen dat ik kan dichten (zonder mijn gat op te lichten). Ach, ik heb geen materiaal om een nieuwe Hugo Claus, Herman de Coninck of Paul van Ostaijen te worden.
Ik ben zo'n enorm mediocre/middelmatig persoon: wel iets kunnen, maar er niet in uitblinken (en niet te vergeten het lage zelfvertrouwen).
Wat wil ik
wel doen?
De wereld zien. Maar stopt de wereld bij Parijs en Londen (eventueel nog New York) of rekenen we Amazonewoud en aanverwante?
Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, maar niet alleen die van Antwerpen (ook al heeft die in deze tijd van het jaar zéér betoverende
lichtjes van de Schelde). Laat mij maar eens Parijs verkennen op mijn eentje, gesprekken aanknopen in mijn beste onvervoegde Frans ('cause that's how I roll, honey) en verder huppelen naar de volgende jeugdherberg. Jeugdherbergen zijn een schat aan sociaal contact met sympathieke mensen! Maar ik wil die nù leren kennen. Niet wanneer ik 30 ben en genoeg geld heb om te reizen. Of erger: op mijn 60 omdat ik op pensioen ben en tijd heb. Misschien moet ik ook gewoon een
jobke doen in de stad waar ik verblijf. Mijn Italiaans bijschaven (ja, mijn Italiaans beperkt zich ook maar tot
quatro staggioni en
la vita e bella).
WAAR IS ALADDIN ALS JE HEM NODIG HEBT?
Wie zegt dat ik aan het einde van die reizen weten zal
wat ik worden zal?
Ik ben helemaal de kluts kwijt.
Want wat moet ik worden en wat moet ik doen als ik zelfs in de dingen waar ik goed in ben nog steeds talrijk verslagen wordt?